Cat Ba en Halong Bay
Cat Ba en Ha long Bay
Vanuit Ninh Binh besluiten we om met de bus naar Haiphong af te reizen om van daar met de veerboot naar het eiland Cat Ba te gaan. Wachtend op onze bus worden we verrast door iemand van het personeel van ons hotel die aangeeft dat we met zijn oom mee kunnen rijden naar Haiphong. Die moet daar toch heen om te werken en kan ons dan meteen meenemen. De kosten? 'Oh no problem, don't worry'. Ik denk; Hee, wat een meevaller, super dat we mee kunnen liften dat scheelt ons weer in de kosten en wat aardig, zo kan het dus ook! Net toen ik het gevoel begon te krijgen dat ze ons hier alleen maar als een wandelende portemonnee zien.
Tijdens de rit worden we compleet genegeerd door de voortdurend telefonerende en naar aardbeikauwgom ruikende en luid smakkende oom...die het ene naar het andere telefoontje schreeuwend beantwoordt..Na het ophalen van zeg zeker 10 kokosnoten (tsja, moest ook gebeuren) wordt hij weer gebeld en duwt plotseling de telefoon in de handen van Randy..het is de jongen van het hotel en hij belt met de mededeling dat we deze rit wel moeten betalen...hetzelfde bedrag als dat we voor de busrit zouden moeten betalen. Op zich valt dit natuurlijk mee, maar het had wel prettig geweest als hij dat vantevoren gewoon had gezegd. En ondertussen denk ik; ach, ben ik er toch weer ingetrapt... voor niets gaat de zon op in dit land...
Vanuit Haiphong nemen we de boot naat Cat Ba; het grootste eiland van Vietnam en vlakbij Halong Bay. Het lijkt ons een goed vertrek punt om een trip te maken in Lan Ha Bay, het verlengstuk van Halong Bay en minstens net zo mooi, maar een stuk rustiger. Het weer zit nog steeds niet mee, gelukkig geen regen, maar wel een beetje depressief grijs weer, waardoor Randy en ik niet al te lang op dit eiland willen blijven...Na wat rekenwerk blijken we het dermate goed te doen met ons budget dat we besluiten om de reis terug naar het vaste land te maken in 2 dagen met een prive boot die ons alle mooie plekjes laat zien in Lan Ha Bay en Halong Bay..... Dan zien we dus alles.
De trip
De boot: Een chinese jonk helemaal voor ons tweetjes met een eigen slaapkamer incl warme douche en wc, een voorkamer waar je kan eten en relaxen, achter een keuken met een eigen kok, jawel, hoe decadent klinkt dit..?? Een bovendek met stoelen en 2 ligbanken waar je kan zonnen en genieten van alleen maar prachtige uitzichten. Verder nog een schipper en een gids die je meeneemt om te kajakken in verborgen lagunes...
Mijn ervaring: geweldig, adembenemend, onwerkelijk, magisch, ik kan niet stoppen met kijken.....de ene bergformatie na de ander die zo uit de zee plopt...en dan varend op een boot waar we alleen met z'n tweeen van al dit prachtigs kunnen genieten....werkelijk een unieke ervaring! Ik zucht van geluk om de paar minuten en zeg de hele tijd maar tegen Randy; ‘och lieffie'-;)) en besef hoe waanzinnig te gek dit allemaal is...
Ik zwem in m'n eentje naar een een klein strandje wat lichtelijk onder water staat, midden in de zee bij een prachtige rotsformatie. Plotseling schiet er door me heen; ik zwem hier, in mijn eentje in de zuid chinese zee in Halong Bay; ik kijk om me heen en het is zo onwerkelijk, zo surreel...en ik blijf maar lachen....
Dit is de reden waarom ik naar Vietnam wilde....ik wilde Halong bay zien en dat ik dit op deze manier werkelijk heb mogen zien en ervaren maakt dat ik mij een bevoorrecht mens voel....
Marjolein
Ninh Binh en Pu Luong
De bus
De busrit van Hué naar Ninh Binh duurt ca 9 uur en doen we 's nachts met een zgn ‘sleeper' (een bus waar je in kan liggen). Soms heb je pech en dat hebben wij ditmaal. De bus is oud, vies, vochtig en heeft een ranzige geur. Hetzelfde geldt voor ons matrasje en hoofdkussentje. Hetzelfde geldt voor onze medepassagiers.... Daarbij zijn ze ook nog luidruchtig. Geen gekwetter, maar snurken en rochelen...ontzettend rochelen. De deur van het toilet zwaait steeds open en telkens als dat gebeurt besef ik dat ranzig toch veel beter is. ‘Dit is pas het echte reizen' zeg ik tegen Marjolein in een poging om de situatie voor haar (en voor mezelf) te relativeren.
Van slapen komt niet veel, aangezien het hotsen en botsen is. De chauffeur van onze bus blijkt een snelheidsmaniak die weigert om gaten in de weg te ontwijken. Sterker nog, die weigert om tegemoetkomend verkeer te ontwijken. Ettelijke malen staan we doodsangsten uit als hij tijdens een inhaalmanoeuvre het spelletje ‘chicken' speelt met de koplampen die op ons af komen. En telkens wint hij en we zien hoe zijn tegenstanders luid toeterend gedwongen de halve berm meenemen. Ergens heb ik gelezen dat de bus- en vrachtwagenchauffeurs zich hier voor de nachtelijke ritten volproppen met amfetaminen om wakker te blijven. Wij hebben die niet nodig en redden het op pure adrenaline.
Om 5 uur ochtends worden we langs de snelweg uit de bus gesmeten. ‘Ninh Binh and hotels overthere' zegt de chauffeur met een vermakelijke grijns van bruine tanden en hij wijst met zijn vinger naar ergens in het aardedonker. Deur dicht en met piepende banden rijdt hij weg, ons in een stofwolk achterlatend.
Maar......wij zijn door de wol geverfde reizigers. We wisten natuurlijk wel dat we zo vroeg zouden aankomen. En aangezien niemand ons kon/wilde uitleggen waar we precies afgezet zouden worden hebben we ditmaal vooruit een hotel gereserveerd en een pickup geregeld. We staan nog geen minuut te wachten of onze pickup verschijnt al terplekke. ‘Eat that, buschauffeur!'
Ninh Binh
Ninh Binh noemt men ook wel ‘Halong on rice'. Hiermee bedoelt men dat de limestone rotsformaties in dit gebied worden omgeven door rijstvelden ipv zeewater, zoals bij Halong Bay het geval is. Toch kan je er bootje varen (want waar rijst is, is water) en dat hebben we dan ook gedaan. Het was alles wat we er van verwachtten en meer. Adembenemend mooi!
Maar het beste wat we hier in Ninh Binh gedaan hebben was een tripje boeken naar Pu Luong.
Pu Luong
Psst, moet je horen. Ik zal je iets vertellen, maar je moet beloven om het voor je te houden. In Vietnam, ter hoogte van Ninh Binh en dan ca 120km naar het westen (richting Laos) ligt een berg genaamd Pu Luong. Voor het gemak wordt het het hele gebied rond de berg ook Pu Luong genoemd. Je kan er vanuit Ninh Binh met de brommer naartoe via een route die leidt langs de meest ongelofelijke uitzichten die je ooit hebt gezien. Echt, ik overdrijf niet als ik zeg dat dit de mooiste natuur is die ik ooit zag. Rij dan niet via de Ho Chi Minh Highway, maar ga via de geheime binnendoor route die alleen bekend is bij locale gespecialiseerde gidsen en een handjevol ingewijden. Aan het einde van deze weg ligt, zoals gezegd Pu Luong. Het gebied hier wordt bewoond door de ‘white thai' hilltribe. Ja, dit is een volk dat van oorsprong uit Thailand komt. Nee, ze zijn niet wit. De white thai hebben in de loop van honderden jaren een groot gedeelte van het bergachtige gebied geschikt gemaakt voor rijstbouw. Een behoorlijk karwei, want het gebied is groot en rijstterrassen tegen de bergen op aanleggen is echt geen gemakkelijk karwei kan ik je zeggen. Het resultaat is er naar. Rijstterrassen tegen de bergen op voor zover als je kunt kijken. Zeer fotogeniek en prachtig om te zien. Ik hoor het je al zeggen, ‘rijstterrassen?', maar die heb je toch ook bij Sapa in het uiterste noorden van Vietnam?
Ja dat klopt, en daar zit het hem nou juist in. Daarom moet je dit verhaal absoluut niet verder vertellen. Kijk, Sapa en omgeving is hartstikke mooi en daarom trekken alle toeristen naar Sapa. Het is inmiddels verworden tot een platgetreden pad. De bergvolkeren daar zijn van hun eeuwenoude leefwijze afgestapt en leven nu fulltime van het toerisme. Die leuke klederdracht trekken ze aan, omdat jij dat graag wil zien. Al die souvenirs in de ontelbare souvenirkraampjes en bij verkopers op straat worden in één en dezelfde ‘sweatshop' gemaakt door oude vrouwtjes die hun loon besteden aan een nieuwe schotel voor hun satteliet televisie in hun nieuwe betonnen huis. Nee, natuurlijk wonen ze niet meer in die houten huisjes op palen met rieten daken die je daar gezien hebt. Die staan er alleen nog maar, zodat jij er een foto van kunt maken voor je plakboek. Tuurlijk zijn de rijstterrassen daar ook mooi. Maar ik zeg je, het is allemaal schijn. Volgens mij lusten ze daar helemaal geen rijst meer. Ze eten liever hamburgers met frietjes of spaghetti met carbonarasaus en truffelolie. .....Ok, misschien draaf ik nu een beetje door. Sapa is prachtig, maar het grote probleem is dat iedereen daar heen gaat. Het is een attractie geworden die commercieel wordt uitgemolken. Als je daar een trek doet van 15 km lopen er kinderen met rommelsouvenirs de hele 15 km lang achter je aan in de hoop dat je wat bij ze koopt. Het ergste is natuurlijk nog dat de kinderen dat geld dan weer af moeten geven aan hun ouders en/of ronselaars.
Pu Luong daarentegen..........onverpest..........maagdelijk.........beeldschoon. Loop daar rond en niemand zal proberen je ook maar iets te verkopen. In plaats daarvan lopen ze je vriendelijk lachend tegemoet en pakken ze je met twee handen beet en stamelen ‘Xin Chao, welcome in Vietnam'. Ook hier lopen kinderen met je mee (maar slechts enkele tientallen meters hoor), zwaaien en roepen hello, hello, ‘How are you' en ‘I love you'. Je loopt door het land en dorpen en ziet de mensen bezig met hun dagelijkse werkzaamheden, zoals ze dat al eeuwen doen. Rijst plukken, rijst planten, buffels mennen, ploegen, ratten vangen, vissen, weven, manden vlechten, enz. enz.
Je kan hier ook een echte homestay doen. Niet in een verkapt guesthouse of ergens waar de mensen eigenlijk niet willen, maar het geld nodig hebben en daarom maar ‘hotelletje'spelen, waarna het wederzijds aapjes kijken is. Nee, de familie bereidt een feestmaal, eet samen met je en de zelfgestookte rijstwijn blijft maar komen. De gastheer houdt geëmotioneerde speeches over hoe blij de familie is met je komst en men vraagt je de oren van het hoofd over hoe het er uit ziet waar je vandaan komt. Om 20.00 maken ze je bedje op de bamboe vloer en ga je slapen met de hele familie in dezelfde kamer. Zo knus en gezellig. Als er één 's nachts gaat plassen is iedereen wakker, maar dat is juist de charme er van.
Dit moet natuurlijk allemaal zo blijven, zoals het is. Het mag niet eindigen als een soort Sapa waar de authenticiteit helaas nog maar ver te zoeken is. Daarom moet deze idyllische plek geheim blijven en moet je me plechtig beloven om aan niemand verder te vertellen over Pu Luong.
Randy
Hoi An en Hue
Bij aankomst met het vliegtuig in Da Nang laten we ons direct naar Hoi An brengen even verderop. Het regent en dat zal zo blijven gedurende de hele tijd dat we in Hoi An en Hue zijn. Er zijn in deze tijd van het jaar altijd problemen hier door tyfonen die het weerbeeld bepalen. Dit jaar valt het eigenlijk nog mee, want vorig jaar stond het water hier 2 meter hoog in de stad, evenals in 2007 en 1999 en 1997 en ga zo maar door. We klagen dus niet en doen gewoon ons ding. Eén aanpassing hebben we wel gemaakt en dat betreft onze kleding. We hebben het zo lang mogelijk uitgesteld, maar nu hebben we dan toch de poncho's tevoorschijn moeten halen. Ze zijn blauw en we lijken net smurfen, maar gelukkig draagt iedereen hier een poncho dus vallen we niet zo op. Daarbij zijn die van ons natuurlijk veel cooler en eleganter van snit dan de voddezakken die de rest aan heeft, puh!
Zowel de ‘old town' van Hoi An als de keizerlijke tombes en de citadel van Hué zijn waanzinning interessant. Hetzelfde geldt voor de ruïnes van My Son (Google ze maar even dan kan je zien wat ik bedoel).
Verder is nog wel het volgende het vermelden waard:
Het hotel in Hoi An was geweldig! Zo'n klein hotelletje in een origineel oud chinees huis vol karakter, maar aangepast met alle luxe om de verwende hotelganger te plezieren. Als verzopen katten kwamen we hier aan (de regen, weet je nog?) en werden ontvangen met handdoeken, thee en koekjes. Vooral de persoonlijke aandacht is een sterk punt van dit hotel. Ga je ergens zitten, wordt meteen de halve lobby omgebouwd om er voor te zorgen dat je voldoende ruimte hebt. Kom je na een halve dag sightseeing terug bij het hotel, lopen ze je tegemoet met yoghurtjes, want misschien heb je wel honger, etc., etc. Soms ging de aandacht zo ver dat je bij jezelf dacht: jahaa ik zit lekker, ja het eten smaakt heerlijk, ja het licht staat hoog genoeg en het is echt niet nodig om de pagina's van mijn boek voor mij om te slaan,oh zeker de thee die u serveert is precies de juiste temperatuur, de asbak staat voldoende dichtbij en hoeft echt geen 12 keer per sigaret geleegd en omgewisseld te worden en jullie zijn echt, echt heel erg lief, maar ga nu alsjeblieft weg, zodat ik me eindelijk kan ontspannen!!!!! ...... Niettemin een topper dit hotel en daarom plaatsen we een link op deze site.
Randy
Mui Ne en Da Lat
Mui Ne
De eerste kennismaking met de Zuid Chinese Zee bij Mui Ne is overweldigend. Het strand is breed en ontzettend langgerekt. Daarachter een lange rij met restaurants en barretjes. Overal loungebedden, goudkleurig fijn poederzand en wat zijn die golven hoooog!!
We zien kitesurfers, windsurfers en golfsurfers. Ik wil dat water in. Een paar minuten maar hou ik het vol in die kolkende watermassa. Ik word van links naar rechts en ondersteboven gegooid. Helemaal leeg en uitgeput lig ik op mijn strandbedje en neem me voor om morgen zo'n bodyboard te huren om zodoende beter bestand tegen de golven te zijn. Maar de volgende dag......regen....zucht!
Sand dunes
We maken een tripje naar de Sahara van Vietnam. Door een droog microklimaat in combinatie met ontbossing en een verkeerde bewerking van het land zijn hier enorme zandduinen ontstaan. Als je er midden in staat waan je je idd in de woestijn. Dit hadden we niet verwacht om te zien in Vietnam en daarom is het des te mooier (natuurlijk is de oorzaak wat minder). We doen de trip met een originele amerikaanse legerjeep die is overgebleven uit de vietnamoorlog en dat geeft weer een extra dimensie aan ons uitje.
Da Lat
Van het ene extreme in het ander. Komen we net uit de Sahara, zitten we nu op 1500m hoogte in een koud en nat berglandschap. Da Lat: de enige plek in Vietnam waar ze bloemkool verbouwen (en aardbeien), omdat het klimaat dit toelaat. Da Lat is een grappig plaatsje in de bergen en wordt ook wel ‘klein Parijs in Vietnam' genoemd. Indertijd hadden veel franse kolonisten hier hun buitenhuis om te ontsnappen aan de moordende hitte elders in Vietnam. Het stratenplan en sommige bebouwing doen in de verte ook wel denken aan de franse hoofdstad. Ze hebben zelfs een radiotoren in de vorm van een mini eiffeltoren! De stokbroodjes met ‘la vache qui rit' en de uitstekende Da Lat wijn maken het franse gevoel helemaal compleet. De koffie uit Da Lat is ook geweldig en kan soms zelfs een zeer exclusief en decadent peil bereiken. Wat dacht je van ‘weasel-koffie'. Ja inderdaad, dat zijn de koffiebonen die gegeten worden door een bepaalde civet soort. Als deze de boontjes uitpoept worden ze geraapt en geroosterd. De maagsappen van het beestje schijnen de samenstelling en daarmee de smaak van de boon dusdanig te beïnvloeden dat echte koffiekenners er compleet van in extase geraken. Jaarlijks wordt er in Vietnam maar ca 700kg van het uitgescheiden goedje geraapt en slechts 30% daarvan is geschikt om te branden dus je kan wel raden wat dat met de prijs doet. Helaas moeten wij rekening houden met een budget.....
Randy
Klein stress momentje
Vanuit Da Lat wilen we richting Nha Trang, maar het blijkt dat door de invloed van een tyfoon het weer in de regio zo slecht is dat de wegen niet toegankelijk zijn door de nodige overstromingen....en het ziet er naar uit dat het weer voorlopig in CentraalVietnam er niet beter op wordt...dus we besluiten om te gaan vliegen! Niet helemaal volgens onze planning, maar wachten op beter weer is niet echt een optie..Nha Trang slaan we dus over en besluiten om richting Da Nang te gaan. Da Nang is een handige uitgangsbasis voor Hoi An en Hué. Dit zijn plekken die we niet willen overslaan, regen of geen regen!
Na een gezelli loopje in de regen om ons ticket te boeken via een reis bureautje zijn we platzak en moeten ergens geld pinnen. Jawel, droog in een portiekje van een hotel zie ik een pinapparaat. Niets vermoedend doe ik mijn pasje in het apparaat en deze wordt vervolgens zeer langzaam naar binnen geslurpt...ik dacht nog, dit gaat niet goed...zal ik hem eruit trekken??? Maar tijdens dit moment van besluitenloosheid zit mijn pasje vast in het apparaat en doet vervolgens niks meer...ik krijg een knoop in mijn maag en denk, nee....dit overkomt mij toch niet?? Ik zie mijn pasje in het apparaat zitten, maar ik krijg hem er niet uit..Randy vraagt hulp aan het hotel maar zij kunnen niks doen...morgenochtend moet u maar naar de bank gaan....de paniek bij mij neemt gestaag toe, wat nu..? Ik zie mijn pasje zitten, als ik weg ga kan iemand anders het eruit halen?? Ik overweeg serieus om te overnachten in het portiekje, maar Randy ziet dat niet zitten;-)) Een lief vietnamees meisje probeert ons te helpen en vervolgens wordt mijn pasje echt ingeslikt...na 5 sigaretjes en coaching van Randy word ik wat rustiger en leg me erbij neer dat we pas in de ochtend aktie kunnen ondernemen...Na een toch wat onrustig nachtje...brengt Phuoc (personeel van guesthouse) me naar de bank en uiteindelijk wordt in de ochtend mijn pasje onbeschadigt uit het apparaat gehaald! Gelukkig, want 2uur later zaten we in het vliegtuig naar Da Nang...
Marjolein
Ho Chi Minh City en Mekong Delta
Tegen 17.00 uur komen we aan op het vliegveld van HCMC. Het visum blijkt vlot geregeld, aangezien de visum medewerkers louter geïnteresseerd zijn in de $25 pp die daarvoor afgerekend moet worden ipv enig door ons ingevuld document. Ook de taxi richting de stad blijkt een toeristen melkkoe. De taxichauffeurs vragen belachelijke prijzen en we besluiten dan maar een officieel taxikaartje bij de airportdesk te halen. Onderweg probeert de chauffeur ons te laten betalen voor de fee die taxi's betalen voor hun aanwezigheid op het vliegveldterrein, maar ons was gezegd dat die inclusief in de prijs was. Hij blijft maar aandringen en zegt dat idd alles inclusief is, behalve dit. Hij doet dit behoorlijk overtuigend en de fee is maar $0,50, maar ik vertik het en na 5 keer aandringen legt hij zich er bij neer. De eerste confrontatie met het verkeer in HCMC is er één van gekkenhuis. Voor mij is het herkenning, maar Marjolein kijkt haar ogen uit. Al die scooters! Ze nemen de hele weg in beslag met soms wel 12 rijen dik in een sliert van tientallen meters lang. Nog voor dat we op bestemming zijn begint de chauffeur al te zeuren over de fooi die hij graag wil ontvangen en bij aankomst weigert hij de bagage uit te laden als hij geen fooi krijgt. Met mijn meest autoritaire stem beveel ik hem de bagage over te dragen en dat werkt (haha). Daarna geef ik hem toch $1 fooi. Hij kijkt me aan en zegt onbeschaamd 'more please'! 'Bekijk het maar' zeg ik heel stoer (in het nederlands) en als het kon had die ene dollar weer uit zijn handen gegrist. Zo vermoeiend allemaal...
De eerste dag gaan we op sjouw door de stad langs allebezienswaardigheden, zoals de supergrote overdekte Benh Than market en musea over de stad, uncle Ho himself en de vietnam oorlog. Natuurlijk slaan we ook het frans koloniale postkantoor niet over. We raken verdwaald in de kleine steegjes van Pham Ngu Lau. We slenteren over kleine lokale voedselmartkjes en grote luxe winkelstraten. Ook bezoeken we nog de tijdelijke Holland Zuivel Expo. Jaja, klompen, bloemen en windmolens. De overige dagen werken we het verplichte HCMC tourprogramma af, waaronder de Cu Chi tunnels (tunnelsysteem van de Vietcong om de amerikanen te slim af te zijn in de oorlog). En we besluiten met de Mekong Delta in het zuiden, met floating markets en ontelbare fruitgardens en een homestay overnachting. Hier hebben weonze eigen springrolls gerold en een gezellig avondjegehad met de andere gasten, terwijldegastheer ons rijkelijk beschonk met zijn huisgestookte rijstwijn...
RandyJomtien
In BKK besluiten we richting Pattaya te gaan.....en nee, Randy is niet op zoek naar Thaise vrouwen...en nee, ik niet op zoek naar een bijbaantje..;-)), maar volgens een betrouwbare bron is Pattaya 'de culturele hoofdstad' van siam en dat mogen we dus natuurlijk niet missen ;-) Tegelijkertijd zijn we weer toe aan een rustpuntje, waar we even kunnen toegeven aan het zalige niks doen....dus besluiten we naar Jomtien te gaan, een plaatsje net onder Pattaya en toch even net iets minder hectisch dan het drukke Pattaya.
We kiezen voor Dolphinplace en onze ‘hoge' verwachtingen komen natuurlijk niet uit..de entree is prachtig, maar daar blijft het bij...dus de volgende dag opzoek naar iets anders en jawel, gevonden! Een schattig piepklein guesthousje (4 kamers!) in een oase van rust en een paar minuten lopen naar de drukke barretjes en restaurants..Alles erop en eraan en zelfs een supersize jacuzzi (volgens de website kan men zelfs spreken van een klein zwembad...!, maar dat is echt te optimistisch.) Hier zijn we even gaan settelen en de beheerder ( Nui ) is een schatje! Omdat hij volgende week jarig is en wij er dan niet meer zijn heeft hij voor ons en nog een gast overheerlijk gekookt! Spicy en zoet-zuur, was ergggg lekker...Dus we worden goed verzorgd en onze Nui houdt goed in de gaten of alles wel goed met ons gaat. Onze dagen hier bestaan dus uit eten.....en eten...en... dobberen in ons zwembadje;-)) en een beetje de omgeving in ons opnemen, waarbij het opvalt dat hier veel oudere mannen zijn die hand in hand lopen met vaak een Thaise jongere man (niet jongetje)...'t blijkt dat we hier op een plekje zijn beland waar zich veel homosexuelen bevinden. Het komt de sfeer ten goede, want het is best een gezellig stukje van Jomtien. Vlak naast ons guesthouse heb ik ontdekt dat er een heel complex staat wat bewoond wordt door westerse oudere mannetjes; 80+ers, dement, fysieke probleempjes....etc. Er zijn Thaise verzorgers die deze mannen (heb geen westerse vrouw hier kunnen ontdekken..??) verzorgen, maar ook korte wandelingetjes maken met de mensen, geweldig! En verder struikel je bijna over de russen, die blijkbaar dit stukje thailand net ontdekt hebben en met busladingen vol worden afgeleverd in de verschillende hotels.
In het weekend is het hier kneiterdruk...veel Thai uit naburig Bangkok die hier een weekendje komen relaxen bij het strand en het is dan ook echt hutje mutje onder de parasolletjes...tsja, dat zijn zo de dagelijkse beslommeringen..Maar we hebben tuurlijk ook plannen gemaakt! Jawel, tickets en accomodatie geboekt voor als Gab komt (dochter van Randy), want rond kerst en oud en nieuw is het in Thailand een top drukte en bijtijds reserveren is een must! En tevens hebben we besloten naar Vietnam te gaan! Dus we zijn druk bezig geweest op het internet en hebben een visum online aangevraagd, tickets geboekt en een reisgids gekocht! We zijn klaar om te vertrekken en gaan op dinsdag 26 oktober voor een maand naar Vietnam! Geweldig, het kriebelt al in mijn buik alsof ik op vakantie ga terwijl ik al op vakantie ben...nog te volgen?? Nou, neem van mij aan dat ik er in ieder geval zin in heb!!
Marjolein
Loei en Bangkok
Van het thuisfront bereiken ons vragen over de overstromingen die momenteel plaatsvinden hier in Thailand. Volgens de lokale berichtgeving gaat het om de hevigste overstromingen sind 40 jaar en staat meer dan een kwart van het land onder water. Enige overlast is ons bespaard gebleven, zowel op onze verblijfplaaten als gedurende het reizen. We hebben het geluk gehad dat we telkens (onbewust) voor de getroffen gebieden uit reisden. Behalve de televisiebeelden hebben we er dus ook helemaal niets van gezien of gemerkt.
Loei
We hebben besloten om weer naar beneden richting Bangkok af te zakken en doen dat via het provincieplaatsje Loei (spreek uit: Leeeeuuuuui). Loei is de hoofdstad van de gelijknamige provincie en hoewel een stad, niet al te groot en daardoor misschien juist wel zo leeeeuuuuk. De stad is heel erg overzichtelijk (absoluut een uitzondering voor thaise steden) en heeft een piepklein centrum waar overigens helemaal niks te doen is. Ja, je kan gaan wandelen in het park, maar als je al 3 thaise stadparken hebt gezien dan zijn er natuurlijk geen verrassingen meer. Wel moet het gezegd dat we hier kunnen genieten van een uitstekende hotelkamer met alles erop en eraan voor de prijs van een bioscoopkaartje in Nederland (zonder popcorn en frisdrank).
Chiang Khan
Als er in de stad zelf niks te doen is, wat doe je dan? Juist, dan ga je de stad uit. We doen dat per brommer naar Chiang Khan, een grensplaatsje ca 50km boven Loei. Volgens de reisgids zou Chiang Khan een megapopulaire backpackers bestemming kunnen zijn als het maar niet was weggestopt in zo'n afgelegen uithoek van Thailand. Achteraf kan ik dat alleen maar beamen. Het heeft ons wat moeite gekost om er te komen met de brommer, omdat we de sightseeing route hebben genomen. Over slingerende bergweggetjes zijn we gegaan, bocht na bocht, berg op en berg af. Telkens was het weer de vraag of we de volgende bergtop zouden halen met ons brommertje. Weliswaar een 100cctje, maar met 2 personen en 10 tot 12% stijgingspercentage steeds weer een uitdaging. Kwakkelend en pruttelend gingen we omhoog. De beloning was natuurlijk groot en werd uitbetaald in weidse uitzichten, adrenaline opwekkende afdalingen en Chiang Khan aan het einde van de rit.
Restaurant in Loei (de hond)
Sommigen zullen er de mening op nahouden dat er niets gaat boven de thaise eetstalletjes langs de straten, waar je simpele en authentieke gerechten kunt eten voor weinig geld. Op zich ben ik het daar roerend mee eens. Echter, er zijn van die dagen dat je even genoeg hebt van rijst of noedels. Dat je op een echte stoel wilt zitten tijdens je maaltijd in plaats van een plastic krukje van kleuterformaat. Gelukkig heeft menige plek in Thailand zich aangepast aan toeristen met betrekking tot het aanbod van eetgelegenheden. Loei is niet één van die plekken. Toch is het ons na enig speurwerk gelukt om een westers restaurant te vinden niet ver van ons hotel. 'Mr. Chris' heet het restaurant en ze serveren daar steaks, schnitzels, pasta, pizza en duitse bieren in een ambiance die het midden houdt tussen bierstube en bistro. Alle ingrediënten voor een avondje ouderwets schransen zijn aanwezig, ware het niet voor de aanwezigheid van de huishond....
Iedereen die mij wat beter kent zal weten dat ik niet zoveel op heb met honden en honden nog minder met mij. Dit ligt niet zozeer aan de honden, alswel aan een bijna dood ervaring in mijn kinder jaren waar behalve ondergetekende ook een enorme bouvier bij betrokken was. Sindsdien is het nooit meer goed gekomen tussen mij en honden, omdat honden instinctief aanvoelen dat er eer valt te behalen door mij te intimideren.
De huishond van Mr. Chris is een Husky (wat zal deze hond het hier warm hebben) met helblauwe ogen die onheilsspellend dwars door je heen kijken. Het monster neemt ons geringschattend op en duikt vervolgens onder onze tafel, waardoor hij aan mijn zicht onttrokken wordt. Hij blijkt aan onze voeten te snuffelen om te bepalen of hij hier met goed of slecht volk te maken heeft. Ik hoop en bid dat hij niet mijn angstzweet zal bespeuren dat inmiddels langzaam van mijn schouders over mijn rug naar beneden rolt. Blijkbaar besluit hij dat het goed is, want als hij onder de tafel vandaan komt kiest hij positie op een zitbankje recht tegenover ons op ca 2m afstand, om daar vervolgens languit op te gaan liggen met zijn kop rustend op zijn voorpoten.Marjolein vraagt of ik niet liever ergens anders heen wil, en hoewel ik dat graag wil verhinderd een mengeling van ongeplaatste trots en honger mij om daar aan toe te geven.Een personeelslid van het restaurant is het niet eens met de plek op het zitbankje dat de hond heeft uitgekozen en zegt tegen de hond dat hij er af moet. De hond heft zijn kop op en staart de serveerster intens aan, maar komt verder niet in beweging. De serveerster herhaalt haar verzoek en begeleidt deze met een licht duwtje. De hond kijkt nog intenser en doordringender recht in de ogen van de serveerster, maar vertrekt verder geen spier. Het is ontstellend duidelijk om te zien dat de serveerster weet dat ze niet verder moet gaan met deze hond te tarten die uitstraalt dat hij de overhand heeft. Uit het veld geslagen begint de serveerster nerveus te giechelen en laat de hond voor wat die is. Het is duidelijk wie de baas is hier in het restaurant. Als even later hetzelfde ritueel zich herhaalt met een ander personeelslid begin ik te fantaseren over wat er zou gebeuren als de hond mij kwaad zou willen doen. Er zou niemand zijn die de hond zou kunnen terugfluiten, omdat de hond zich van niets en niemand iets zou aantrekken. Ik ben er niet gerust op.
We zijn net klaar met eten en besluiten de avond met koffie als de hond ineens naast Marjolein staat. Hij kijkt haar aan met dezelfde starende en doordringende blik die we al eerder zagen. Hij beweegt zijn kop richting haar hand ten teken dat hij aangehaald wil worden. Marjolein spreekt hem toe, maar aait hem niet, omdat we niet weten welke parasieten de honden hier mogelijk met zich meedragen. (Dit kllinkt wellicht zeikerig, maar je zou sommige honden hier eens moeten zien, dan is het zo gek nog niet. ) De hond neemt hier geen genoegen mee en duwt zijn hoofd steeds harder en dwingender tegen haar hand. Dan legt hij zijn poot op haar bovenbeen en herhaalt dat enige malen met een slaande beweging die steeds harder wordt. Als Marjolein niet toegeeft springt hij op de stoel naast haar en blijft slaan, maar nu op haar arm en schouder en met behoorlijke kracht. Voor Marjolein moest dit zeer intimiderend zijn dacht ik nog, aangezien de hond nu op ooghoogte met haar was en nog geen 20 cm van haar gezicht verwijderd. Hij dringt zich zover aan haar op dat Marjolein gedwongen is om op te staan, waarna de hond prompt haar stoel inneemt. Praten helpt natuurlijk niet, want de hond verstaat geen nederlands (haha). Gedurende al die tijd blijft de hond onnatuurlijk kalm en blijft staren. Er gaat geen speelsheid van hem uit, maar dreiging en pure dominantie.
Uiteindelijk besluit Marjolein hem toch maar wat aan te halen, maar telkens als ze stopt drukt hij zijn hoofd weer zover naar voren dat deze over de tafel heen komt. Voor mij was duidelijk dat ook Marjolein deze hond niet onder controle had, hetgeen ook blijkt als ze me met een piepstemmetje vraagt om iemand van het restaurant te roepen om de hond weg te halen. Een derde personeelslid krijgt de hond na veel omhaal en zeer voorzichtige omwegen zover dat deze uiteindelijk van de stoel afspringt en met hem meegaat. Voor mij was de lol er van af. We hebben snel afgerekend en zijn vertrokken.
De twee opvolgende avonden hebben we heerlijk gegeten bij één van de heerlijke eetstalletjes die je in thailand overal langs de straten ziet. Gewoon op een plastic krukje van kleuterformaat.
Randy
15 Oktober 2010
Bangkok
We zijn weer terug in Bangkok na een nachtelijke busrit van pakweg 650 km in 9 uur. Dus dan weet je wel wat de toestand van de weg moet zijn.
Voor morgen regelen we een bus van BKK naar Jomtien beach, waar we ook al een leuk hotel hebben geboekt, maar vandaag bezichtigen we de Golden Mount in Bangkok. Van al die keren dat ik nu in Bangkok ben geweest heb ik deze nog nooit bezocht. En dat terwijl het maar op een steenworp afstand van Khao San Road ligt dus het werd hoog tijd. De Golden Mount is een kunstmatige heuvel met bovenop een tempel die je middels een lange trap kunt bereiken. Bovenop de tempel is een gouden chedi (koepel) geplaatst. Van bovenaf heb je een prachtig 360 graden uitzicht over Bangkok met zijn indrukwekkende skyline van afwisselend tempeldaken en skryscrapers.
Het weer in Bangkok zit niet mee. Het is bewolkt en het grootste deel van de dag motregent het. We verheugen ons al op ons weerzien met het strand en de zee van morgen.
RandyKhon Kaen en Nong Khai
Khon Kaen
Vanuit Phimai willen we naar Nong Khai reizen. Omdat we geen zin hebben om een hele dag in de bus te zitten hebben we besloten om een tussenstop en overnachting te doen in de stad Khon Kaen. Het 'luxe' hotel (naar onze budgettaire maatstaven) voldoet helaas niet helemaal aan de verwachting. Zal je altijd zien, kom je een keer in de verleiding om de knip te trekken dan is opeens het warme water op en kan hettrage wifi signaal nog niet concurreren met een halflamme postduif. Snel vergeten dus. Wel hebben we hier van een uitstekende nachtrust genoten en gaan dus vol goede moed al vroeg op pad richting het busstation.
Nong Khai
Na wat omzwervingen, overstappen en vertragingen komen we 180 km verder en zes uur!!! later op het busstation van Nong Khai aan. Nong Khai ligt in het noordoosten van Thailand aan de beroemde Mekong rivier. De rivier vormt hier tevens ook de grens met buurland Laos. Wij hebben geen plannen om Laos in te gaan (been there, done that, pfff), maar hebben deze plek uitgekozen om ons te vergapen aan de Mekong. En dat kan vanaf een mooie redelijk nieuw aangelegde boulevard. Het uitzicht op de rivier met Laos aan de overzijde is natuurlijk geweldig en we hebben op deze plek dan ook de nodige uurtjes met evenzovele wijntjes doorgebracht. Uiteraard hebben we ook hier de buitengebieden verkend per brommer en per fiets en voor het overige hebben we ons ondergedompeld in de aparte sfeer die een grensplaats nu eenmaal met zich meebrengt. De bevolking ziet er ook overwegend heel anders uit dan in het zuiden en men spreekt een ander, duidelijk hoorbaar, dialect. Hoogtepuntjes hier waren trouwens wel het sculpture park waar een laotiaanse vluchteling met behulp van zijn volgelingen mooie dingen heeft gedaan met cement (zie foto's) en de jaarlijkse roeibootraces op de Mekong (40 mannen in een heeeele lange kano).
Overigens zijn we ons aan het bezinnen over het vervolg van onze reis. Chiang Mai in het uiterste noorden staat hoog op onze lijst, maar die bewaren we voor later. We gaan eerst weer langzaam naar beneden om aan het einde van oktober een visa-run via Cambodja te doen en misschien wel begin november de thaise turnkampioenschappen in Bangkok mee te maken. Echter...niets is zeker en niks staat vast.